Naar hoofdinhoud
Energieadvies Nederland

30 april 2026

Energielabel verhuurplicht 2029 en 2040: wacht niet te lang

4 min lezen

Terug naar nieuws
Energielabel verhuurplicht 2029 en 2040: wacht niet te lang

In het kort

Vanaf 2029 gelden minimale energieprestatie-eisen voor huurwoningen en volgt handhaving bij label E, F en G. De verwachte uitfasering van label C en D in 2040 maakt verduurzamen een doorlopend proces. Wie nu wacht, investeert straks twee keer en betaalt hogere tarieven.

Samenvatting: deadlines voor energielabels bij verhuur

Wat staat er nu vast voor 2029?

Wat staat er te wachten na 2029: de lijn naar 2040

De verwachte tijdlijn voor labelverplichtingen bij huurwoningen

Waarom wachten de duurste keuze is

Welke maatregelen verdienen zich het snelst terug?

Twee keuzes: meebewegen of gedwongen worden

150.000 huurwoningen in Nederland voldoen straks niet meer aan de norm. Dat zijn geen toekomstige nieuwbouwplannen of hypothetische scenario’s: dat zijn bestaande panden, met bestaande huurders, van verhuurders die nu nog gewoon verhuren. Vanaf 2029 gelden minimale energieprestatie-eisen en kunnen gemeenten handhaven bij woningen met label E, F of G. En als de lijn van het verduurzamingsbeleid zich doorzet, zijn label C en D in 2040 aan de beurt. Wat vandaag de norm is, wordt over veertien jaar het probleem. De verhuurder die nu wacht, betaalt straks twee keer, en tegen hogere kosten ook. De urgentie zit niet in de deadline zelf. De urgentie zit in de kostenopbouw die ontstaat als je te laat begint.

Per 1 januari 2029 worden minimale energieprestatie-eisen voor huurwoningen vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Informatiepunt Leefomgeving bevestigt dat er geen formeel verhuurverbod komt, maar dat gemeenten verhuurders kunnen aanspreken en boetes opleggen als een woning met label E, F of G niet wordt verbeterd naar minimaal label D. In de praktijk betekent dat: verhuurders met slecht presterende woningen lopen een serieus handhavingsrisico als ze niets doen. Volgens Vastgoed Belang hebben particuliere verhuurders nog maar beperkt actie ondernomen, terwijl de deadline snel nadert.

Let op: geen formeel verhuurverbod, wel een minimumeis met handhaving. Gemeenten krijgen de bevoegdheid om op te treden en boetes op te leggen. Wie niets doet, loopt juridisch en financieel risico.

De EPBD IV legt de lat steeds hoger. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) moet het gemiddelde energiegebruik van de woningvoorraad in 2035 met 20 tot 22% zijn gedaald ten opzichte van 2020, en moeten alle gebouwen in 2050 emissievrij zijn. Dat pad vraagt om opeenvolgende stappen. De verwachting, gebaseerd op de huidige beleidsrichting, is dat label C en D in 2040 aan de beurt zijn voor uitfasering in de huursector. Dat is nog geen vastgesteld beleid. Maar wie de geschiedenis van verduurzamingsdeadlines in Nederland volgt, ziet een consistent patroon: een deadline wordt gezet, het beeld verschuift, en wat vandaag de norm is, is over tien jaar het probleem.

“Verduurzamen is geen eenmalige actie, maar een doorlopend proces. De verhuurder die denkt: ik wacht wel tot het echt moet, investeert straks twee keer in plaats van één keer.”

De redenering om te wachten is begrijpelijk: het beleid kan nog veranderen, de investeringen zijn fors en de terugverdientijd is onzeker. Maar er zijn twee financiele argumenten om nu te beginnen die los staan van de precieze politieke invulling.

Ten eerste de kostenontwikkeling. Materiaal en arbeid worden duurder, en hoe dichter bij een deadline, hoe meer concurrentie er is om dezelfde installateurs. Wie nu begint, werkt met meer keuze en lagere tarieven dan wie wacht tot 2028.

Ten tweede het dubbel-investeringsprobleem. Wie nu zijn woning opwaardeert naar label D om aan de eis van 2029 te voldoen, maar daarna stilstaat, moet die woning in 2040 opnieuw aanpakken voor de volgende stap. Wie nu strategisch investeert richting label C of hoger, voorkomt die tweede ronde. De Woonbond benadrukt dat energiezuinigere woningen lagere woonlasten hebben voor huurders, wat ook de verhuurpositie na mutatie versterkt.

Niet elke investering levert hetzelfde op. Een spouwmuurisolatie of dakisolatie verdient zich bij de meeste woningen terug via lagere energielasten en een hogere labelklasse. Bestaande isolatie vervangen puur om aan de nieuwste norm te voldoen, heeft een langere terugverdientijd. Het loont om per pand te rekenen welke maatregel de beste combinatie geeft van labelsprong, kostenreductie voor de huurder en rendement op de investering. Aedes laat zien dat woningcorporaties al grootschalig per woningtype rekenen welke maatregel de beste combinatie geeft van labelsprong en kostenbesparing. Datzelfde principe werkt ook voor particuliere verhuurders met meerdere panden.

Het verduurzamingsbeleid legt een disproportioneel deel van de kosten bij verhuurders neer. Dat is een legitieme kritiek. Maar de richting van het beleid is helder en de mijlpalen liggen vast. Wie nu een verhuurportefeuille heeft, staat voor een eenvoudige keuze: gefaseerd beginnen op eigen tempo en met eigen prioriteiten, of wachten tot de handhaving begint en gedwongen worden tot maatregelen op een tijdstip en onder omstandigheden die je zelf niet meer bepaalt. Het eerste levert meer keuzevrijheid op. Het tweede is duurder.

Wil je weten waar jouw portefeuille staat en wat een slimme route richting 2029 en 2040 is? Plan een gesprek met Energieadvies Nederland →

#nieuws