
In het kort
Het ontwerpbesluit voor minimaal energielabel D bij huurwoningen maakt 2029 concreter. Dit artikel helpt verhuurders bepalen welke woningen eerst aandacht nodig hebben, waar uitzonderingen kunnen spelen en waarom een actuele labelcheck verstandig is.
De overheid heeft de voorgenomen minimumeis voor huurwoningen met energielabel E, F of G verder gebracht: uiterlijk 1 januari 2029 moeten deze woningen volgens het ontwerpbesluit naar minimaal energielabel D. Voor verhuurders is dit geen reden voor paniek, maar wel een duidelijk moment om de portefeuille op orde te brengen. Begin met controleren welke labels geldig zijn, welke woningen technisch eenvoudig te verbeteren zijn en waar uitzonderingen of VvE-besluiten invloed kunnen hebben.
Waarom dit onderwerp nu speelt
Op 10 juli 2026 meldde de Rijksoverheid dat het ontwerpbesluit voor wettelijke minimumenergieprestatie-eisen voor huurwoningen naar de Tweede en Eerste Kamer is gestuurd. Dat betekent nog niet dat elke detailregel definitief is, maar het maakt de richting wel concreet: huurwoningen met energielabel E, F of G moeten volgens het voorstel uiterlijk op 1 januari 2029 zijn verbeterd naar minimaal label D.
Voor particuliere verhuurders, vastgoedbeheerders en kleine portefeuilleeigenaren is vooral de voorbereiding belangrijk. Een energielabel is niet alleen een letter op papier. Het hangt samen met opnamegegevens, bewijsstukken, isolatie, installaties, ventilatie en soms de besluitvorming binnen een VvE. Wie pas in 2028 begint, loopt meer risico op schaarste bij adviseurs, onduidelijke bewijsvoering of maatregelen die technisch en financieel niet goed op elkaar aansluiten.
Gaat de label-D-eis al definitief gelden?
De maatregel zit in een wetgevingsproces. Volgens de Rijksoverheid ligt de wijzigingsregeling na de voorhang bij de Kamers nog voor advies bij de Raad van State. Het kabinet streeft ernaar de wijziging eind 2026 op te nemen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Formuleer dit dus voorzichtig bij huurders, kopers of investeerders: de beleidsrichting is duidelijk, maar de definitieve tekst en uitzonderingsuitwerking moeten voor publicatie of besluitvorming altijd opnieuw worden gecontroleerd.
Dat neemt niet weg dat wachten meestal weinig oplevert. Een labelcheck en opname door een gecertificeerd energieadviseur geven inzicht zonder dat je meteen een renovatie hoeft te starten. Je weet dan of een woning echt E, F of G heeft, of een oud label nog geldig is, en welke maatregelen waarschijnlijk het meeste effect hebben op de energieprestatie.
Welke huurwoningen verdienen als eerste aandacht?
Begin met woningen waarvan het energielabel ontbreekt, verlopen is of uitkomt op E, F of G. Controleer het geregistreerde label via EP-Online, de landelijke database voor energielabels en energieprestatie-indicatoren van gebouwen. EP-Online geeft openbare labelinformatie, maar het onderliggende afschrift en de technische opname blijven belangrijk voor inhoudelijke keuzes.
Maak daarna een praktische indeling:
- Woningen met label E, F of G en weinig bewijsstukken.
- Woningen met label E, F of G waar isolatie of glas zichtbaar achterloopt.
- Woningen in een VvE waar gemeenschappelijke delen bepalend zijn.
- Monumentale, tijdelijke of kleine vrijstaande huurwoningen waar mogelijk een uitzondering relevant kan zijn.
- Woningen met een beter label, maar met een label dat binnenkort verloopt.
Deze volgorde voorkomt dat je de makkelijkste woningen eerst oppakt en de meest risicovolle woningen te laat ontdekt.
Uitzonderingen: niet aannemen, wel onderzoeken
In de consultatie en eerdere communicatie noemt de overheid enkele situaties waarin uitzonderingen of afwijkende regels kunnen spelen. Denk aan monumenten, tijdelijke huurwoningen, kleine vrijstaande huurwoningen en verhuurders binnen een gemengde VvE. Bij een VvE kan verduurzaming afhankelijk zijn van gemeenschappelijke bouwdelen, zoals dak, gevel, glas in collectieve kozijnen of installaties. Als een VvE een noodzakelijke maatregel niet toestaat of negatief besluit, kan dat volgens de overheidscommunicatie relevant zijn voor de toepassing van de eis.
Belangrijk: behandel een uitzondering niet als vrijbrief. Voor een verhuurder blijft het verstandig om vast te leggen wat de huidige labelstatus is, welke maatregelen technisch nodig zijn, welke besluiten binnen de VvE zijn genomen en welke alternatieven zijn onderzocht. Een goed dossier kan later het verschil maken tussen een uitlegbaar traject en discussie achteraf.
Wat betekent dit voor WWS en huurwaarde?
Het energielabel speelt ook een rol in het woningwaarderingsstelsel (WWS). Een beter label kan invloed hebben op de puntentelling en daarmee op de redelijke huurprijs, afhankelijk van het segment en de verdere kenmerken van de woning. Andersom kan een slecht of ontbrekend label verhuurders beperken, zeker wanneer huurders of de Huurcommissie naar de woningwaardering kijken.
Daarom is het slim om label-D-voorbereiding niet los te zien van WWS. Een maatregel die technisch logisch is voor het label, is niet automatisch de beste stap voor huurpunten, comfort, subsidie of onderhoudsplanning. Een gecombineerd energielabel, WWS-beeld en maatwerkadvies helpt om prioriteiten te stellen.
Subsidie en advies: check de voorwaarden actueel
Private verhuurders kunnen mogelijk gebruikmaken van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). De Rijksoverheid meldde op 10 juli 2026 dat via deze regeling per woning maximaal 15.000 euro subsidie kan worden aangevraagd en dat de regeling loopt tot 2030. Omdat subsidievoorwaarden, technische eisen en budgetten kunnen wijzigen, moet Haye deze passage voor publicatie nog controleren tegen de actuele RVO-pagina.
Let vooral op timing. Subsidieaanvragen vragen vaak om facturen, meldcodes, technische specificaties en bewijs dat maatregelen door een bedrijf zijn uitgevoerd. Een opname vooraf voorkomt dat je achteraf ontdekt dat een maatregel wel comfort oplevert, maar minder effect heeft op het label dan verwacht of niet past binnen de regeling.
Praktische checklist voor verhuurders
Een rustige voorbereiding bestaat uit vier stappen.
1. Controleer elk adres
Leg per woning vast welk energielabel in EP-Online staat, tot wanneer het geldig is en of het label past bij de feitelijke staat van de woning. Is er recent verbouwd, geïsoleerd of glas vervangen? Verzamel dan facturen, productbladen, foto's en eventuele bouwtekeningen.
2. Laat risicowoningen opnemen
Voor woningen met label E, F of G is een nieuwe opname of herbeoordeling vaak de snelste manier om onzekerheid weg te nemen. Een adviseur kan aangeven welke onderdelen zwaar meetellen en waar bewijs ontbreekt.
3. Koppel maatregelen aan onderhoud
Plan energiemaatregelen zoveel mogelijk samen met natuurlijk onderhoud. Denk aan dakwerk, kozijnvervanging, glas, ventilatie of installatievervanging. Zo voorkom je dubbel werk en wordt het makkelijker om bewonerscommunicatie, VvE-besluiten en offertes op elkaar af te stemmen.
4. Bewaar besluitvorming
Bij VvE's, monumenten of uitzonderingssituaties is documentatie extra belangrijk. Bewaar agenda's, notulen, besluiten, technische adviezen en correspondentie met huurders of mede-eigenaren. Niet omdat elk dossier juridisch spannend wordt, maar omdat verduurzaming meerdere partijen raakt.
Wanneer Energieadvies Nederland inschakelen?
Energieadvies Nederland helpt verhuurders met onafhankelijke energielabels, maatwerkadvies en WWS-inzicht. Dat is vooral nuttig wanneer je meerdere woningen hebt, wanneer labels ontbreken of wanneer je moet kiezen welke maatregelen eerst komen.
Wil je weten welke huurwoningen in jouw portefeuille als eerste aandacht nodig hebben? Vraag dan een energielabel of advies aan via het aanvraagformulier. Bekijk ook de pagina voor verhuurders, de uitleg over energielabel aanvragen en de informatie over diensten.
FAQ
Moet elke huurwoning in 2029 minimaal energielabel D hebben?
Volgens het ontwerpbesluit richt de eis zich op huurwoningen met energielabel E, F of G. De definitieve regeling moet nog worden vastgesteld. Controleer daarom altijd de actuele overheidstekst voordat je harde conclusies trekt.
Geldt dit ook voor monumentale huurwoningen?
In de overheidscommunicatie worden monumentale huurwoningen genoemd als mogelijke uitzonderingssituatie. Dat betekent niet dat je niets hoeft te doen. Juist bij monumenten is een goed advies nodig, omdat maatregelen bouwkundig en vergunningstechnisch gevoeliger kunnen liggen.
Wat als mijn woning in een VvE zit?
Dan kunnen gemeenschappelijke delen bepalend zijn voor het energielabel. Als de VvE moet besluiten over dak, gevel, glas of installaties, leg dan tijdig vast welke maatregelen nodig zijn en wat de VvE besluit.
Is een geldig energielabel genoeg?
Een geldig label is het vertrekpunt, maar niet altijd het hele verhaal. Als de woning is aangepast of als bewijsstukken ontbreken, kan een nieuwe opname of maatwerkadvies helpen om de juiste vervolgstap te kiezen.
Kan een beter energielabel ook effect hebben op de huurprijs?
Het energielabel telt mee in het WWS. Het effect hangt af van de woning, het segment en de overige punten. Combineer daarom labeladvies met een WWS-check voordat je investeringskeuzes maakt.
Bronnen en verder lezen
- Rijksoverheid: Einde in zicht voor huurwoningen met energielabels E, F en G (geraadpleegd op 14 september 2026)
- Rijksoverheid: Start internetconsultatie over minimaal energielabel D voor huurwoningen (geraadpleegd op 14 september 2026)
- Internetconsultatie: Minimum energieprestatie-eisen voor huurwoningen (geraadpleegd op 14 september 2026)
- EP-Online: officiële landelijke database voor energielabels (geraadpleegd op 14 september 2026)
- EP-Online: openbare data energielabels (geraadpleegd op 14 september 2026)
- RVO: Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) (geraadpleegd op 14 september 2026)